50 speurtocht opdrachten voor kinderen van 4 tot 12 jaar
Goede speurtochtopdrachten wisselen zoeken, denken, bewegen en samenwerken af. Kies vier tot acht taken die passen bij de leeftijd, ruimte en mogelijkheden van je groep. Hieronder staan vijftig zelfstandig speelbare ideeën met materiaal, uitleg, hulp en een duidelijk succescriterium.
- Opdrachten50 in 10 categorieën
- Leeftijd4–12 jaar
- Duur per opdrachtOngeveer 3–6 minuten
- VoorbereidingMaterialen en routekaartjes klaarleggen

Welke speurtochtopdrachten kies je?
Kies vier tot acht opdrachten uit deze verzameling, niet alle vijftig. Wissel kijken, denken, maken en bewegen af. De tijden hieronder zijn schattingen per opdracht, zonder lopen tussen de posten. Lees de tekst aan jonge kinderen voor en stem de moeilijkheid af op wat de groep al kan.
Deze opdrachten leveren meestal geen verstopplek op. De begeleider geeft na de opdracht een vooraf klaargelegde routekaart met de volgende plek. Zo blijft het spel werken, ook als je een opdracht vervangt. Gebruik bij iedere post hetzelfde succescriterium voor alle kinderen; een toegankelijke variant telt even zwaar.
Snel kiezen op leeftijd
- 4–6 jaar: 1, 2, 6, 7, 11, 16, 21, 22, 26, 27, 31, 36, 37, 41, 42, 46.
- 6–9 jaar: 3, 4, 8, 9, 12, 13, 14, 17, 18, 23, 28, 29, 32, 33, 38, 39, 43, 44, 47, 48.
- 9–12 jaar: 5, 10, 15, 19, 20, 24, 25, 30, 34, 35, 40, 45, 49, 50.
Voorbereiden: leg materialen per post in een bakje, maak de routekaarten en probeer de opdrachten zelf. Gebruik veilige plekken zonder verkeer, waterkant of klimmen. Buiten blijft een volwassene bij de groep. Verzamel geen onbekende planten en laat dieren met rust.

Zoeken en kijken: vijf opdrachten
1. Kleurenpost
Leeftijd: 4–6 jaar · Duur: ongeveer 3 minuten · Plek: Binnen of tuin
Materiaal: Drie rode en drie blauwe grote papieren kaarten.
Zo speel je: Leg de zes kaarten zichtbaar op kinderhoogte. Zoek alle rode kaarten en leg ze naast elkaar.
Oplossing of succescriterium en hulp voor de begeleider
Gelukt als: Precies drie rode kaarten; de blauwe blijven liggen.
Hulp: Laat eerst één rode kaart zien.
2. Het verdwenen voorwerp
Leeftijd: 4–6 jaar · Duur: ongeveer 3 minuten · Plek: Binnen
Materiaal: Lepel, sok, boek, beker en doek.
Zo speel je: Bekijk de vier voorwerpen twintig seconden. Kijk weg terwijl de begeleider de sok onder de doek legt. Benoem wat ontbreekt.
Oplossing of succescriterium en hulp voor de begeleider
Gelukt als: De sok.
Hulp: Noem de drie dingen die nog zichtbaar zijn.
3. Zoek de dubbelganger
Leeftijd: 6–9 jaar · Duur: ongeveer 4 minuten · Plek: Binnen of tuin
Materiaal: Zes kaartjes met: zon, maan, ster, zon, boom, huis.
Zo speel je: Verspreid de kaartjes binnen een afgesproken vak. Zoek de twee kaartjes met hetzelfde teken.
Oplossing of succescriterium en hulp voor de begeleider
Gelukt als: De twee zonnen.
Hulp: Vergelijk telkens twee kaartjes; leg verschillende tekens apart.
4. Vensterjacht
Leeftijd: 6–9 jaar · Duur: ongeveer 4 minuten · Plek: Binnen
Materiaal: Papieren kijkvenster van 5 × 5 cm; potlood; papier.
Zo speel je: Zoek vanuit één afgesproken plek drie verschillende rechte lijnen in de kamer. Teken wat je ziet en wijs de lijnen aan.
Oplossing of succescriterium en hulp voor de begeleider
Gelukt als: Drie herkenbare lijnen bij verschillende voorwerpen, bijvoorbeeld deur, tafel en kast.
Hulp: Kijk naar de randen van meubels.
5. Getuigenblik
Leeftijd: 9–12 jaar · Duur: ongeveer 5 minuten · Plek: Binnen
Materiaal: Tekenpapier met een huis, twee ramen, één deur, drie bomen en een wolk; een afdekblad, extra papier en een potlood.
Zo speel je: Bekijk de tekening dertig seconden. Dek hem af. Beantwoord: hoeveel ramen, hoeveel bomen en hoeveel deuren? Bespreek eerst samen wat iedereen zag.
Oplossing of succescriterium en hulp voor de begeleider
Gelukt als: Twee ramen, drie bomen, één deur.
Hulp: Teken eerst het huis uit je geheugen; tel daarna de onderdelen.
Tellen en rekenen: vijf opdrachten
6. De vijf schatten
Leeftijd: 4–6 jaar · Duur: ongeveer 3 minuten · Plek: Binnen
Materiaal: Vijf grote bouwblokken en twee mandjes.
Zo speel je: Leg twee blokken in het eerste mandje. Verdeel de overige blokken over het tweede. Hoeveel liggen daar?
Oplossing of succescriterium en hulp voor de begeleider
Gelukt als: Drie blokken; samen vijf.
Hulp: Schuif de blokken één voor één terwijl je telt.
7. Meer of minder
Leeftijd: 4–6 jaar · Duur: ongeveer 3 minuten · Plek: Binnen
Materiaal: Zeven grote kaarten met stippen: vier in een rij, drie in een andere.
Zo speel je: Wijs de rij met de meeste kaarten aan. Hoeveel kaarten heeft die rij extra?
Oplossing of succescriterium en hulp voor de begeleider
Gelukt als: De rij met vier; één extra.
Hulp: Leg de kaarten uit beide rijen in paren.
8. De schatkistbon
Leeftijd: 6–9 jaar · Duur: ongeveer 4 minuten · Plek: Binnen
Materiaal: Papier met: sleutel 3 munten, kaart 4 munten, zakje 2 munten.
Zo speel je: Je koopt één sleutel en één kaart. Je hebt tien munten. Hoeveel houd je over? Het zakje koop je niet.
Oplossing of succescriterium en hulp voor de begeleider
Gelukt als: 10 − 3 − 4 = 3 munten.
Hulp: Tel eerst de kosten van de twee aankopen op.
9. Eerlijke verdeling
Leeftijd: 6–9 jaar · Duur: ongeveer 4 minuten · Plek: Binnen
Materiaal: Twaalf papieren munten en drie enveloppen.
Zo speel je: Verdeel twaalf munten eerlijk over drie enveloppen, zonder rest.
Oplossing of succescriterium en hulp voor de begeleider
Gelukt als: Vier munten per envelop.
Hulp: Geef iedere envelop om de beurt één munt.
10. De dubbele bestelling
Leeftijd: 9–12 jaar · Duur: ongeveer 5 minuten · Plek: Binnen
Materiaal: Prijskaart: kaart 4 munten, kompas 7 munten; papier en pen.
Zo speel je: Koop drie kaarten en twee kompassen. Je betaalt met veertig munten. Bereken het wisselgeld en leg de berekening uit.
Oplossing of succescriterium en hulp voor de begeleider
Gelukt als: 3 × 4 + 2 × 7 = 26; 40 − 26 = 14 munten terug.
Hulp: Maak aparte regels voor kaarten en kompassen.
Woorden en taal: vijf opdrachten
11. Rijmmaatjes
Leeftijd: 4–6 jaar · Duur: ongeveer 3 minuten · Plek: Binnen
Materiaal: Tekeningen van kat, mat en zon.
Zo speel je: De begeleider noemt de plaatjes. Welk woord rijmt op kat: mat of zon?
Oplossing of succescriterium en hulp voor de begeleider
Gelukt als: Mat.
Hulp: Zeg kat en mat langzaam achter elkaar.
12. Beginletterbak
Leeftijd: 6–9 jaar · Duur: ongeveer 4 minuten · Plek: Binnen
Materiaal: Kaartjes: maan, muis, sok, mand, boom.
Zo speel je: Lees of beluister de woorden. Leg alle woorden met beginletter m bij elkaar.
Oplossing of succescriterium en hulp voor de begeleider
Gelukt als: Maan, muis en mand.
Hulp: Luister naar de eerste klank, niet de laatste.
13. Woord in stukken
Leeftijd: 6–9 jaar · Duur: ongeveer 4 minuten · Plek: Binnen
Materiaal: Kaartjes: schat, kaart, fiets, bel.
Zo speel je: Maak twee bestaande samenstellingen door ieder kaartje precies één keer te gebruiken.
Oplossing of succescriterium en hulp voor de begeleider
Gelukt als: Schatkaart en fietsbel.
Hulp: Begin met schat en met fiets.
14. Letters op volgorde
Leeftijd: 6–9 jaar · Duur: ongeveer 4 minuten · Plek: Binnen
Materiaal: Losse letters B, O, O, M.
Zo speel je: Maak met alle vier de letters het woord voor een plant met een stam en takken.
Oplossing of succescriterium en hulp voor de begeleider
Gelukt als: BOOM.
Hulp: De eerste letter is B.
15. Verborgen begin
Leeftijd: 9–12 jaar · Duur: ongeveer 5 minuten · Plek: Binnen
Materiaal: Briefje: Zoek. Onderzoek. Noteer.
Zo speel je: Neem van elk van de drie woorden de eerste letter, in de geschreven volgorde. Welk woord ontstaat? Leg uit welke stap je uitvoerde.
Oplossing of succescriterium en hulp voor de begeleider
Gelukt als: ZON, uit Z + O + N.
Hulp: Je hebt alleen de beginletters nodig.

Codes en geheimschrift: vijf opdrachten
16. Vormensleutel
Leeftijd: 4–6 jaar · Duur: ongeveer 3 minuten · Plek: Binnen
Materiaal: Sleutelkaart: cirkel = klap, vierkant = tik op tafel; reeks cirkel–vierkant–cirkel.
Zo speel je: Bekijk de sleutel. Voer de drie tekens in volgorde uit. Je mag ook de bijbehorende acties benoemen.
Oplossing of succescriterium en hulp voor de begeleider
Gelukt als: Klap, tik, klap; benoemen telt ook.
Hulp: Wijs bij elk teken de sleutel aan.
17. Cijfers worden letters
Leeftijd: 6–9 jaar · Duur: ongeveer 4 minuten · Plek: Binnen
Materiaal: Papier met A=1, B=2 tot en met Z=26; code 2–15–15–13.
Zo speel je: Gebruik de volledige alfabetlijst om de vier getallen te vertalen.
Oplossing of succescriterium en hulp voor de begeleider
Gelukt als: BOOM.
Hulp: Zoek 2 op: dat is B.
18. Achterstevorenbericht
Leeftijd: 6–9 jaar · Duur: ongeveer 4 minuten · Plek: Binnen
Materiaal: Briefje met LEFAT.
Zo speel je: Lees de letters van rechts naar links. Welk meubelstuk staat er?
Oplossing of succescriterium en hulp voor de begeleider
Gelukt als: TAFEL.
Hulp: Begin bij de T aan de rechterkant.
19. Eén letter terug
Leeftijd: 9–12 jaar · Duur: ongeveer 5 minuten · Plek: Binnen
Materiaal: Alfabetstrook A–Z; bericht LBTU.
Zo speel je: Elke gecodeerde letter staat één plek ná de echte letter. Zet elke letter één plek terug. Z komt vóór A.
Oplossing of succescriterium en hulp voor de begeleider
Gelukt als: KAST: L→K, B→A, T→S, U→T.
Hulp: De eerste echte letter is K.
20. Coördinatenbericht
Leeftijd: 9–12 jaar · Duur: ongeveer 6 minuten · Plek: Binnen
Materiaal: Teken een raster: rij 1 A B C; rij 2 D E F; rij 3 G H I.
Zo speel je: De eerste waarde geeft de rij, de tweede de kolom. Ontcijfer (2,2), (1,1), (1,2). Spreek de drie letters uit; het hoeft geen woord te zijn.
Oplossing of succescriterium en hulp voor de begeleider
Gelukt als: EAB.
Hulp: (2,2) is het middelste vakje: E.
Logisch denken: vijf opdrachten
21. Wat hoort niet bij de groep?
Leeftijd: 4–6 jaar · Duur: ongeveer 3 minuten · Plek: Binnen
Materiaal: Plaatjes van drie dieren: kat, hond, koe; en één fiets.
Zo speel je: Wijs het plaatje aan dat geen dier is. Vertel of laat zien waarom.
Oplossing of succescriterium en hulp voor de begeleider
Gelukt als: De fiets; de andere drie zijn dieren.
Hulp: Welke plaatjes kunnen zelf eten?
22. Klein naar groot
Leeftijd: 4–6 jaar · Duur: ongeveer 3 minuten · Plek: Binnen
Materiaal: Drie papieren cirkels met diameter 4, 8 en 12 cm.
Zo speel je: Leg de cirkels van klein naar groot, zonder ze op elkaar te leggen.
Oplossing of succescriterium en hulp voor de begeleider
Gelukt als: 4 cm, 8 cm, 12 cm.
Hulp: Leg twee cirkels naast elkaar en vergelijk ze.
23. Het lege vak
Leeftijd: 6–9 jaar · Duur: ongeveer 4 minuten · Plek: Binnen
Materiaal: Reeks op papier: rood, blauw, rood, blauw, leeg.
Zo speel je: De twee kleuren worden steeds herhaald. Welke kleur hoort in het lege vak?
Oplossing of succescriterium en hulp voor de begeleider
Gelukt als: Rood.
Hulp: Splits de reeks in tweetallen.
24. Drie rugzakken
Leeftijd: 9–12 jaar · Duur: ongeveer 6 minuten · Plek: Binnen
Materiaal: Papier met namen Noor, Sam, Ivo en kleuren rood, blauw, groen.
Zo speel je: Ieder heeft één andere kleur. Noor heeft rood. Sam heeft geen groen. Welke kleur heeft ieder?
Oplossing of succescriterium en hulp voor de begeleider
Gelukt als: Noor rood, Sam blauw, Ivo groen.
Hulp: Streep rood voor Sam en Ivo weg; bekijk dan Sams aanwijzing.
25. Wie staat waar?
Leeftijd: 9–12 jaar · Duur: ongeveer 6 minuten · Plek: Binnen
Materiaal: Drie naamkaartjes: Bo, Kim, Ravi.
Zo speel je: Leg ze van links naar rechts. Kim staat direct rechts van Bo. Ravi staat niet rechts van Kim. Gebruik iedere naam één keer.
Oplossing of succescriterium en hulp voor de begeleider
Gelukt als: Ravi, Bo, Kim.
Hulp: Bo en Kim vormen een blokje; aan welke kant kan Ravi nog staan?
Bewegen op eigen tempo: vijf opdrachten
26. Dierenroute
Leeftijd: 4–6 jaar · Duur: ongeveer 3 minuten · Plek: Binnen of tuin, vlakke vrije ruimte
Materiaal: Drie tekeningen: beer, vogel, vis.
Zo speel je: Beeld de drie dieren in volgorde uit, zonder te rennen. Kies lopen, armbewegingen zittend of aanwijzen en beschrijven.
Oplossing of succescriterium en hulp voor de begeleider
Gelukt als: Alle drie dieren uitgebeeld of beschreven in de volgorde beer–vogel–vis.
Hulp: Doe één beweging voor; iedereen kiest een passende variant.
27. Stap voor stap
Leeftijd: 4–6 jaar · Duur: ongeveer 3 minuten · Plek: Binnen of tuin
Materiaal: Start- en eindmarkering op 2 meter afstand; voor de tafelvariant een speelgoedfiguur.
Zo speel je: Ga rustig naar de eindmarkering. Stop onderweg twee keer en zeg telkens stop. Zittend kan een speelgoedfiguur dezelfde route over tafel afleggen.
Oplossing of succescriterium en hulp voor de begeleider
Gelukt als: Het eindpunt bereikt met twee bewuste stops; alle varianten tellen.
Hulp: De begeleider telt de stops mee.
28. Sokkenmikken
Leeftijd: 6–9 jaar · Duur: ongeveer 4 minuten · Plek: Binnen
Materiaal: Drie opgerolde sokken en een wasmand; voor de tafelvariant papier en plakband voor het doelvak.
Zo speel je: Gooi om de beurt vanaf een zelfgekozen afstand. Probeer samen drie sokken in de mand te krijgen. Oprapen en opnieuw proberen mag. Alternatief: rol de sokken naar een vak op tafel.
Oplossing of succescriterium en hulp voor de begeleider
Gelukt als: Alle drie sokken in de mand of in het tafelvak, zonder tijdlimiet.
Hulp: Maak de afstand kleiner of het doel groter.
29. Stille spiegel
Leeftijd: 6–9 jaar · Duur: ongeveer 4 minuten · Plek: Binnen
Materiaal: Geen materiaal.
Zo speel je: Werk met twee. De één maakt drie rustige arm- of handbewegingen; de ander spiegelt ze. Wissel daarna. Zittend spelen of bewegingen benoemen kan ook.
Oplossing of succescriterium en hulp voor de begeleider
Gelukt als: Beide kinderen hebben één reeks geleid en één reeks gevolgd.
Hulp: Gebruik eerst heel eenvoudige bewegingen en wacht op elkaar.
30. Routegeheugen
Leeftijd: 9–12 jaar · Duur: ongeveer 5 minuten · Plek: Binnen of tuin
Materiaal: Vier markeringen A, B, C, D; kaartje A–C–B–D; voor de tafelvariant een pion.
Zo speel je: Bekijk de route twintig seconden, dek hem af en volg hem wandelend. Alternatief: verplaats een pion over dezelfde letters op tafel. Overleg mag.
Oplossing of succescriterium en hulp voor de begeleider
Gelukt als: De volgorde A–C–B–D correct uitgevoerd; opnieuw proberen mag.
Hulp: Onthoud eerst A–C, dan B–D.

Samenwerken en overleggen: vijf opdrachten
31. Samen een gezicht
Leeftijd: 4–6 jaar · Duur: ongeveer 4 minuten · Plek: Binnen
Materiaal: Groot papier en dikke kleurpotloden.
Zo speel je: Teken samen een gezicht met twee ogen, één neus en één mond. Iedereen die wil tekent minstens één onderdeel of geeft een aanwijzing.
Oplossing of succescriterium en hulp voor de begeleider
Gelukt als: Het gezicht heeft precies de gevraagde onderdelen en iedereen kreeg een beurt aangeboden.
Hulp: Verdeel de onderdelen voordat je begint.
32. Bouw volgens de stem
Leeftijd: 6–9 jaar · Duur: ongeveer 5 minuten · Plek: Binnen
Materiaal: Zes grote blokken: twee rode, twee blauwe en twee gele.
Zo speel je: Eén kind zegt: zet rood onderaan, blauw erop, geel bovenaan. De ander bouwt die toren met drie blokken. Wissel rollen en bouw de tweede toren.
Oplossing of succescriterium en hulp voor de begeleider
Gelukt als: Twee torens met rood–blauw–geel van beneden naar boven.
Hulp: Herhaal de instructie per blok; niemand hoeft geblinddoekt te zijn.
33. Het gezamenlijke verhaal
Leeftijd: 6–9 jaar · Duur: ongeveer 5 minuten · Plek: Binnen of tuin
Materiaal: Drie woordkaartjes: boot, sleutel, maan.
Zo speel je: Maak samen een verhaal van drie tot zes zinnen. Gebruik elk kaartwoord minstens één keer. Spreken, aanwijzen of een begeleider laten opschrijven kan allemaal.
Oplossing of succescriterium en hulp voor de begeleider
Gelukt als: Een verhaal waarin boot, sleutel en maan voorkomen.
Hulp: Begin met: Op een avond lag er een boot…
34. Informatie delen
Leeftijd: 9–12 jaar · Duur: ongeveer 6 minuten · Plek: Binnen
Materiaal: Papier en pen; drie aparte briefjes: de code heeft drie cijfers; eerste cijfer 4 en laatste 2; middelste cijfer is eerste plus laatste.
Zo speel je: Deel de briefjes uit. Iedereen leest zijn aanwijzing voor. Bepaal samen de driecijferige code.
Oplossing of succescriterium en hulp voor de begeleider
Gelukt als: 462; middelste cijfer 4+2=6.
Hulp: Schrijf drie lege vakjes en vul eerst de buitenste in.
35. Twee tekenaars
Leeftijd: 9–12 jaar · Duur: ongeveer 6 minuten · Plek: Binnen
Materiaal: Papier, potloden en twee voorbeelden: een vierkant met een cirkel erboven en een vierkant met een cirkel eronder.
Zo speel je: Eén kind ziet het voorbeeld en beschrijft het zonder het te tonen. Een ander tekent. Vergelijk daarna en wissel met een nieuw voorbeeld: vierkant met cirkel eronder.
Oplossing of succescriterium en hulp voor de begeleider
Gelukt als: In beide tekeningen staan de juiste vormen in de beschreven positie; artistieke kwaliteit telt niet.
Hulp: Beschrijf eerst welke vorm boven en welke onder staat.
Buiten observeren: vijf opdrachten
36. Drie dingen zien
Leeftijd: 4–6 jaar · Duur: ongeveer 4 minuten · Plek: Tuin of park, afgesproken gebied
Materiaal: Observatiekaart met boom, gras en lucht.
Zo speel je: Bekijk de omgeving en wijs boom, gras en lucht aan. Blijf bij de groep. Een afbeelding aanwijzen kan als iets niet aanwezig is.
Oplossing of succescriterium en hulp voor de begeleider
Gelukt als: Alle drie aangewezen in de omgeving of op de kaart.
Hulp: De begeleider kijkt mee in dezelfde richting.
37. Ruw en glad
Leeftijd: 4–6 jaar · Duur: ongeveer 4 minuten · Plek: Tuin
Materiaal: Twee vooraf gecontroleerde voorwerpen: gladde steen en ruw stuk boomschors; foto’s als alternatief.
Zo speel je: Bekijk en voel als je dat wilt. Welk voorwerp voelt glad, welk ruw? Je mag ook aanwijzen op basis van het uiterlijk.
Oplossing of succescriterium en hulp voor de begeleider
Gelukt als: Steen glad, schors ruw; begeleider kiest vooraf duidelijk verschillende voorbeelden.
Hulp: Vergelijk met een glad tafelblad.
38. Luisterminuut
Leeftijd: 6–9 jaar · Duur: ongeveer 3 minuten · Plek: Rustige tuin of park
Materiaal: Papier en potlood.
Zo speel je: Luister een minuut. Noem twee geluiden en vertel uit welke richting ze kwamen. Alternatief bij gehoorbeperking: observeer twee bewegingen en wijs hun richting aan.
Oplossing of succescriterium en hulp voor de begeleider
Gelukt als: Twee waarnemingen met een richting; er hoeft geen bepaald dier te klinken.
Hulp: Let op dichtbij en ver weg.
39. Bladendetective
Leeftijd: 6–9 jaar · Duur: ongeveer 5 minuten · Plek: Tuin of binnen met verzameld materiaal
Materiaal: Drie vooraf verzamelde gevallen bladeren met duidelijk verschillende vorm.
Zo speel je: Kies één blad. Beschrijf twee zichtbare kenmerken zonder het aan te wijzen. Laat de ander raden en controleer samen.
Oplossing of succescriterium en hulp voor de begeleider
Gelukt als: Het bedoelde blad gevonden met twee kloppende kenmerken.
Hulp: Denk aan rond of lang, gladde rand of kartels.
40. Schaduwonderzoek
Leeftijd: 9–12 jaar · Duur: ongeveer 6 minuten · Plek: Binnen of op een beschutte plek buiten
Materiaal: Staand speelgoedfiguur, zaklamp, papier en potlood.
Zo speel je: Zet de figuur op papier en schijn er van opzij op, zonder in ogen te schijnen. Teken de schaduw. Voorspel waar die komt als je de lamp aan de andere kant zet. Verplaats de lamp en controleer. Kies binnen een donkere hoek als de schaduw buiten niet zichtbaar is.
Oplossing of succescriterium en hulp voor de begeleider
Gelukt als: Bij de lamptest ligt de schaduw aan de tegenovergestelde kant van de lichtbron. Beschrijf de verandering; lengte hoeft niet gelijk te blijven.
Hulp: Wijs eerst aan waar het licht vandaan komt.
Bouwen en maken: vijf opdrachten
41. Vlag met drie vormen
Leeftijd: 4–6 jaar · Duur: ongeveer 4 minuten · Plek: Binnen
Materiaal: Papier en kleurpotloden.
Zo speel je: Maak een vlag met één cirkel, één driehoek en één vierkant. Tekenen, stempelen of vormen laten overtrekken mag.
Oplossing of succescriterium en hulp voor de begeleider
Gelukt als: De drie verschillende vormen staan op de vlag.
Hulp: De begeleider tekent voorbeelden op een ander vel.
42. Puzzel uit vier stukken
Leeftijd: 4–6 jaar · Duur: ongeveer 4 minuten · Plek: Binnen
Materiaal: Een door de begeleider getekende vis, in vier ongelijke stukken geknipt.
Zo speel je: Leg de vier stukken weer tot één vis. Gebruik de buitenrand en lijnen als hulp.
Oplossing of succescriterium en hulp voor de begeleider
Gelukt als: De lijnen sluiten aan en vormen de oorspronkelijke vis.
Hulp: Begin met twee stukken waarvan de lijn doorloopt.
43. Papieren brug
Leeftijd: 6–9 jaar · Duur: ongeveer 6 minuten · Plek: Binnen
Materiaal: Eén A4-vel, twee boeken op 10 cm afstand, gum.
Zo speel je: Bouw met het vel een brug tussen de boeken. Vouwen mag, scheuren hoeft niet. Leg de gum vijf seconden in het midden.
Oplossing of succescriterium en hulp voor de begeleider
Gelukt als: De brug draagt de gum vijf seconden; meerdere ontwerpen en pogingen zijn toegestaan.
Hulp: Vouw het papier als een harmonica voor meer stevigheid.
44. Kaart van de kamer
Leeftijd: 6–9 jaar · Duur: ongeveer 6 minuten · Plek: Binnen
Materiaal: Papier en potlood.
Zo speel je: Teken van bovenaf een kamer met deur, tafel en één ander meubel. Zet een kruis bij de afgesproken eindplek. Laat de begeleider controleren of de plek herkenbaar is.
Oplossing of succescriterium en hulp voor de begeleider
Gelukt als: De drie onderdelen staan in hun onderlinge positie en het kruis wijst de afgesproken plek aan.
Hulp: Begin met de buitenrand en de deur.
45. Symmetrische boodschap
Leeftijd: 9–12 jaar · Duur: ongeveer 6 minuten · Plek: Binnen
Materiaal: Ruitjespapier en potlood; begeleider tekent het beschreven voorbeeld vooraf.
Zo speel je: Teken een verticale spiegellijn over een raster met drie rijen. Tel de kolommen vanaf de lijn naar buiten: de aangrenzende kolom is 1. Kleur links rij 1/kolom 1, rij 2/kolom 3 en rij 3/kolom 3. Laat de kinderen precies die drie vakjes naar rechts spiegelen.
Oplossing of succescriterium en hulp voor de begeleider
Gelukt als: Rechts zijn rij 1/kolom 1, rij 2/kolom 3 en rij 3/kolom 3 gekleurd; tellen begint bij de spiegellijn.
Hulp: Tel vanaf de spiegellijn naar beide kanten evenveel vakjes.
Routes en finales: vijf opdrachten
46. Volg de pijlen
Leeftijd: 4–6 jaar · Duur: ongeveer 4 minuten · Plek: Binnen
Materiaal: Drie grote pijlen en een envelop.
Zo speel je: De begeleider legt vooraf drie zichtbare pijlen als aaneengesloten route door een veilige ruimte; bij de laatste ligt de envelop. Volg ze rustig, of wijs de volgende richting aan terwijl een ander gaat.
Oplossing of succescriterium en hulp voor de begeleider
Gelukt als: De envelop gevonden langs de drie pijlen.
Hulp: Laat zien waar de punt van de eerste pijl naartoe wijst.
47. Vier tekens verzamelen
Leeftijd: 6–9 jaar · Duur: ongeveer 5 minuten · Plek: Binnen of tuin
Materiaal: Vier kaarten met één symbool elk: ster, maan, zon, wolk; vel met die vier voorbeelden.
Zo speel je: Zoek de vier kaarten in een vooraf begrensd vak en leg ze op dezelfde symbolen van het voorbeeldvel. Zittend kan de begeleider kaarten binnen bereik leggen.
Oplossing of succescriterium en hulp voor de begeleider
Gelukt als: Alle vier symbolen correct gekoppeld.
Hulp: Vergelijk eerst de buitenvorm.
48. Het juiste pad
Leeftijd: 6–9 jaar · Duur: ongeveer 5 minuten · Plek: Binnen
Materiaal: Teken een splitsing: links label 2+3; rechts label 2+4. Alleen bij het linker eindpunt ligt een papieren sleutel.
Zo speel je: Bereken de labels. Volg het pad waarvan de uitkomst 5 is, met je vinger of een pion.
Oplossing of succescriterium en hulp voor de begeleider
Gelukt als: Links, want 2+3=5; daar ligt de sleutel.
Hulp: Tel vijf stippen en vergelijk beide sommen.
49. Rasterroute
Leeftijd: 9–12 jaar · Duur: ongeveer 6 minuten · Plek: Binnen
Materiaal: Een pion, potlood en raster van 4×4 met kolommen A–D links naar rechts en rijen 1–4 onder naar boven.
Zo speel je: Start op B2. Ga één vakje omhoog, twee naar rechts, één omlaag en drie naar links. Noem het eindvak. Beweeg een pion; rennen is niet nodig.
Oplossing of succescriterium en hulp voor de begeleider
Gelukt als: A2: B2→B3→D3→D2→A2.
Hulp: Teken na iedere stap een klein puntje.
50. Het eindslot
Leeftijd: 9–12 jaar · Duur: ongeveer 6 minuten · Plek: Binnen
Materiaal: Vier cijferkaartjes 2, 4, 6, 8 en papier.
Zo speel je: Maak een code met alle vier cijfers precies één keer. Eerste cijfer is het kleinste. Laatste cijfer is het grootste. Het tweede cijfer is groter dan het derde.
Oplossing of succescriterium en hulp voor de begeleider
Gelukt als: 2648; buitenste cijfers 2 en 8, dus de middelste zijn 6 en 4.
Hulp: Leg eerst 2 links en 8 rechts; vergelijk 4 en 6.
Van losse opdrachten naar een complete speurtocht
Een eenvoudige route voor 4–6 jaar combineert opdrachten 1,6,26 en41. Voor 6–9 jaar kun je 3,8,17,28,38 en47 kiezen. Voor 9–12 jaar werken 5,10,24,34,45 en50 als afwisselende reeks. Deze voorbeelden zijn een startpunt: vervang een opdracht als materiaal of plek niet past. Plan ook pauzes en tijd om tussen de posten te lopen.
- Schrijf vier tot acht veilige plekken op.
- Leg op elke plek één opdracht en de benodigde materialen.
- Bewaar de routekaart naar de volgende plek zelf of in een aparte envelop.
- Geef de routekaart na een geslaagde poging of nadat je samen de oplossing hebt besproken. Niemand valt af.
- Laat het laatste kaartje naar een gezamenlijke schat of feestelijk eindpunt leiden.
Lees het volledige stappenplan om zelf een speurtocht te maken voor route, verhaal en voorbereiding.
Gratis opdrachten printen
Liever meteen met papier aan de slag? Gebruik de afzonderlijke gratis opdrachten-PDF voor 4–6 jaar of gratis opdrachten-PDF voor 6–9 jaar. Dit zijn aparte printsets; ze bevatten niet alle vijftig opdrachten van deze pagina. In het overzicht gratis speurtocht printen vind je de beschikbare materialen en uitleg.
Een gemengde groep begeleiden
Geef oudere kinderen een rol als voorlezer of materiaalbeheerder, maar laat hen het antwoord niet voorzeggen. Een jonger kind kan kiezen of tekenen, terwijl een ouder kind de berekening controleert. Wissel de rollen bij iedere post. Geef eerst de kleine hint en doe de opdracht daarna samen als dat nodig is. Snelheid is geen voorwaarde om de volgende routekaart te krijgen.
Liever een uitgewerkt avontuur?
Wil je ook een verhaal en vormgegeven spelmateriaal? Bekijk bij deze bestaande speurtochten welke leeftijdsversies, materialen en voorbereiding bij jouw groep passen.
Piraten speurtocht
Vaar met de bemanning van het Gouden Galjoen langs acht avontuurlijke posten en zoek de verloren schat van de Zwarte Parel.
Detective speurtocht
De kroon van koning Eldor is uit het museum verdwenen. Streep station na station een verdachte weg tot alleen de dief overblijft.
Geheim agent speurtocht
Iemand heeft het hoofdkwartier van B.L.I.K. gehackt. Kraak codes, ontcijfer berichten en ontmasker de verrader.
Veelgestelde vragen
Hoeveel opdrachten kies ik voor een speurtocht?
Begin met vier tot zes korte opdrachten voor kleuters en zes tot acht voor kinderen die langer kunnen samenwerken. Tel loopafstand, uitleg en pauzes apart mee. Je hoeft niet alle opdrachten uit een categorie te gebruiken.
Welke opdrachten passen bij kinderen van 9 tot 12 jaar?
Kies bijvoorbeeld de rugzaklogica, informatie delen, rasterroute en het eindslot. Daarbij combineren kinderen meerdere aanwijzingen of stappen. Geef het bijbehorende hintje als ze vastlopen.
Hoe maak ik van een opdracht de volgende aanwijzing?
Bewaar per post een aparte routekaart met de volgende plek. Geef die wanneer de opdracht klaar is of samen is besproken. Zo hoeft niet ieder antwoord zelf een locatie te zijn.
Kunnen kinderen met verschillende bewegingsmogelijkheden samen meedoen?
Ja. De bewegingsopdrachten hebben een zittende, tafel- of beschrijfvariant met hetzelfde succescriterium. Laat elk kind zelf kiezen en gebruik geen snelheid als toelatingseis voor de volgende post.
Staan alle vijftig opdrachten in de gratis PDF’s?
Nee. De leeftijdsgebonden PDF’s zijn afzonderlijke printsets. Op deze pagina vind je vijftig ideeën met uitgebreide uitleg en hints om zelf opdrachten uit te kiezen.
Liever een kant-en-klare speurtocht?
Direct downloaden, thuis printen en spelen – met versies voor 4 tot 12 jaar.